Blog

Communiceren

 

Hij komt binnen op hippe sneakers met een kekke polo, drukt een pushmelding op zijn smartwatch weg en zegt met een zwaar Achterhoeks accent: ‘Zo, eerst maar eens een goed bakkie, kiek’n we dan verder’.

Bij de koffie vertelt hij over de 4 x 40 km fietsvierdaagse die hij net heeft afgerond en over zijn feest onlangs. Hij werd 90. ‘Was ja een mooi feest!’.

Onderweg naar het wildrestaurant waar wij met hem zijn verjaardagscadeau gaan verzilveren rijden we langs de legerbasis op Deelen. Ik vraag hem wat hij nog weet van de oorlog. Na een korte stilte zegt hij: ‘Alles.’

Hij kon meer dan drie cruciale jaren niet naar de (geannexeerde) dorpsschool. De hierdoor opgelopen achterstand en de beperkte mogelijkheden van die tijd ontnamen hem de gewenste plek op het HBS. Hij was 13 en moest boerenknecht worden.

Hij vond de liefde wat later maar hevig en stevig, hij werkte zichzelf rustig en met plezier op naar een mooie baan bij een fijn bedrijf. De gewenste kinderen verloren zij nog voor ze deze konden vasthouden. Er was ziekte en er was dood, maar hij bleef rustig, behield zijn levenslust en grote glimlach.

Tijdens het eten hebben we het over de grote reizen die hij maakte met zijn vrouw, hoe mooi de wereld is en wat het geheim is van gezond en gelukkig 90 worden.

‘De schouders af en toe eens ophoal’n’. Gewoon blijven glimlachen, doorwerken óók na je 80e, accepteren, loslaten. Beetje fietsen, beetje lopen, normaal doen, vriendelijk zijn.

En terwijl hij opkijkt van zijn bord, vanwaar hij een onvoorstelbare hoeveelheid eten naar binnen werkt voegt hij eraan toe; ‘Genieten, een volle tafel met mensen die je dierbaar zijn, da’s het belangrijkst.’

De wereld heeft meer Oom Bennie’s nodig.